**1..** Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester, de griffier of
de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
het algemene bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen doet verslag met een minimum van 1
keer per jaar, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk over zaken die
in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.
**2..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
lid, mondelinge en/of schriftelijke vragen stellen. De regels voor
het stellen van mondelinge respectievelijk schriftelijke vragen,
vastgelegd in artikel 8 respectievelijk 44, zijn van overeenkomstige
toepassing.
**3..** Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
Hierbij zijn de regels voor het houden van een interpellatie,
vastgelegd in artikel 40, van toepassing.
**4..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
organisaties of instituties, waarin de raad één of meer van zijn
leden heeft benoemd.
Hoofdstuk 8
Artikel 60
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Reglement van Orde voor de Politieke Maandag van de gemeente Arnhem 2014