Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 20.

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Soest 2014

1.. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder d, sub 2 of een archeologisch waarde- of verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder m t/m q, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch waarde- of verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met lage archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2, of; in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, of; in een gebied met hoge archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2, of; in een gebied met archeologische waarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2. In een gebied zonder archeologische verwachtingen of waarden; In een gebied waarvoor reeds archiefonderzoek is verricht (artikel 1 onder r) en waarvoor per deelgebied geldt dat er, afhankelijk van de grootte van de verstoring, geen veldonderzoek meer nodig is; in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch waarde – of verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart en men handelt overeenkomstig deze regels; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 3.. Het college kan bepalen dat archeologisch onderzoek moet worden verricht. De eigenaar is desgevraagd verplicht het onderzoek uit te laten voeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel