Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 5

Aanvragen en melden

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren

Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, vraagt daarvoor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, aan bij het college van burgemeester en wethouders. Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover vooroverleg voeren met het college van burgemeester en wethouders ten einde de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente Blaricum wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college van burgemeester en wethouders schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige gedoogplichtige(n). Werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in onderdeel m. van artikel 1, dienen drie (3) werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te worden. Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel l. van artikel 1, dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te worden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen één werkdag na de start van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan het college van burgemeester en wethouders. Indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden instemmingsplichtig zijn, dient er alsnog een instemmingsbesluit aangevraagd te worden. Als werkzaamheden worden verricht in de gebieden die staan aangegeven op een bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte, kaart zijn de uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 4 lid 2 en het vijfde lid van dit artikel, niet van toepassing. Het melden van aanvang en einde werkzaamheden dient te gebeuren conform de uitvoeringsvoorschriften.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel