De in stand te houden kabels en/of
leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of
aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen,
instemmingsbesluiten en/of op basis van andere aantoonbare en
gelegaliseerde afspraken met de gemeente, zoals die hebben gegolden tot
de inwerkingtreding van deze verordening, worden per ingang van deze
verordening eveneens beheerst door de regels van deze verordening. Op
aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de inwerkingtreding
van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze
verordening een beslissing genomen.
Hoofdstuk 5:
Artikel 20
Overgangsbepalingen
Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren