Een grondroerder
die werkzaamheden wil verrichten, vraagt daarvoor een
instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, aan bij het college van
burgemeester en wethouders. Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover
vooroverleg voeren met het college van burgemeester en wethouders ten
einde de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden.
Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere
gedoogplichtige dan de gemeente Laren wordt uiterlijk vier weken na
ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college
van burgemeester en wethouders schriftelijk in kennis gesteld van de
uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige
gedoogplichtige(n).
Werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in onderdeel m.
van artikel 1, dienen drie (3) werkdagen voorafgaand aan de start van de
werkzaamheden gemeld te worden.
Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel l. van artikel 1,
dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te worden.
Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk
binnen één werkdag na de start van de uitvoering gemotiveerd worden
gedaan aan het college van burgemeester en wethouders. Indien achteraf
blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden instemmingsplichtig zijn, dient
er alsnog een instemmingsbesluit aangevraagd te worden.
Als werkzaamheden worden verricht in de gebieden die staan aangegeven
op een bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte, kaart
zijn de uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of
werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 4 lid
2 en het vijfde lid van dit artikel, niet van toepassing. Het melden van
aanvang en einde werkzaamheden dient te gebeuren conform de
uitvoeringsvoorschriften.
Hoofdstuk 2:
Artikel 5
Aanvragen en melden
Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren