Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van de raad zendt tenminste 7 dagen voor een vergadering aan de raadsleden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De voorzitters van de raadscommissies zenden in de regel 14 dagen voor een vergadering aan de raadsleden en de buitengewone leden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25 eerste en tweede lid, en artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden gelijk met de schriftelijke oproep aan de raadsleden en buitengewone leden ter beschikking gesteld. 3.. In spoedeisende gevallen mag de voorzitter van de in lid 1 gestelde termijn afwijken. In spoedeisende gevallen zendt de voorzitter ten minste 48 uur voor een vergadering aan de raadsleden en de buitengewone leden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel