Deze verordening wordt aangehaald als: “Archiefverordening gemeente Huizen 2014”.
Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad op 26 juni 2014,
de griffier, de voorzitter,
Archiefverordening gemeente Huizen 2014
Memorie van toelichting
Deze Archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276 en 277) en het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671), en dient door de raad te worden vastgesteld op grond van de in de aanhef genoemde artikelen in de Archiefwet 1995.
Zij bestaat in hoofdzaak uit twee gedeelten. De regeling voor de zorg, die het college van burgemeester en wethouders draagt voor archiefbescheiden van de gemeentelijke organen.
Daarnaast het toezicht op het beheer van deze bescheiden, die niet zijn overgebracht naar de archief-bewaarplaats.
Deze verordening is, evenals wet en besluit, niet alleen van toepassing op klassieke, papieren archief-bescheiden, maar ook op moderne, digitale informatiedragers.
Hoofdstuk II bevat een uitwerking van het begrip “zorg”, dat in de Archiefwet 1995 niet wordt gedefinieerd. Wat voldoende en doelmatige archiefruimten zijn (artikel 2 van deze verordening), is geregeld in het Archief-besluit 1995 respectievelijk in de Archiefregeling 2012 (Stcrt. WJZ/466161 (10265) 6 december 2012).
Hoofdstuk III is een uitwerking van het toezicht bedoeld in artikel 32, tweede lid van de wet.
Dit model is aangepast aan de wettelijke regelingen t.a.v. de dualisering van de medebewindbevoegdheden die met ingang van 8 maart 2006 in werking zijn getreden.
Vanaf die datum is niet langer de gemeenteraad bevoegd om de gemeentearchivaris te benoemen en de archiefbewaarplaats aan te wijzen. Deze bevoegdheden berusten sindsdien bij het college. Dit heeft onder andere tot gevolg dat het hoofdstuk over de archiefbewaarplaats in de oude verordening is overgeheveld naar het Besluit Informatiebeheer gemeente Huizen 2014.
Met de Wet Revitalisering Generiek Toezicht wijzigt het sturende provinciale toezicht vooraf in meer terug-houdend toezicht achteraf.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk IV
Artikel 16