Naar hoofdinhoud
1.. Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan: vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat het raadslid, bedoeld in het eerste lid, raads- en commissie- en fractievergaderingen kan bijwonen; intermediaire activiteiten ten behoeve van een raadslid met een visuele, auditieve of motorische handicap; noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van het raadswerk, indien die ondersteuning een compensatie vormt voor zijn beperkingen. 2.. Dit artikel is niet van toepassing op voorzieningen die op grond van wettelijke regelingen kunnen worden toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel