Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10

Overige tegemoetkomingen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2014

De hoogte van het persoonsgebonden budget dan wel de financiële tegemoetkoming voor een roerende woonvoorziening wordt vastgesteld aan de hand van het bedrag van de door het college geaccepteerde offerte van de door de gemeente Rozendaal gecontracteerde leverancier. De financiële tegemoetkoming voor onderhoud, keuring en reparatie van door de gemeente Rozendaal in het kader van de verordening of de daaraan voorafgaande Wvg-verordeningen verstrekte liftsystemen en elektrische apparatuur wordt vastgesteld op het bedrag: van de werkelijk gemaakte kosten van reparatie van de liftsystemen; van de bedragen voor keuring en onderhoud van de in de aanhef genoemde liftsystemen; van de werkelijk gemaakte kosten van reparatie van spoel-föhn installaties en elektrische deuropeners (bij deuropeners maximaal 2 keer per jaar). De financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting voor het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het langer moeten aanhouden van te verlaten woonruimte, wordt bepaald op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met als maximum de geldende maximale maandhuur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag. In afwijking van het gestelde in het vorige lid bedraagt de financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting voor tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte of het langer moeten aanhouden van te verlaten niet-zelfstandige woonruimte de werkelijke huurlasten met een maximum van € 230,- per maand. 5. a. In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor meer dan € 10.000,- is aangepast, kan het college, indien noodzakelijk, een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal zes maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt; De hoogte van de financiële tegemoetkoming, onder a. bedoeld, is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, met als maximum de geldende maximale maandhuur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag. Een financiële tegemoetkoming in de kosten van woningsanering wordt alleen verstrekt in gevallen waarin de te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven; b.Bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt, op basis van een afschrijvingstermijn van 8 jaar, rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode. Op basis van deze afschrijvingstermijn bedraagt de tegemoetkoming een percentage van de onder d. genoemde normbedragen, afhankelijk van de afschrijvingsperiode. De afschrijvingspercentages zijn: * 100% indien het te vervangen artikel nieuwer is dan 2 jaar; * 75% indien het te vervangen artikel tussen de twee en vier jaar oud is; * 50% indien het te vervangen artikel tussen de vier en zes jaar oud is; * 25% indien het te vervangen artikel tussen de zes en acht jaar oud is; c.Als normbedragen worden gehanteerd € 53,- per strekkende meter voor zeil of linoleum (uitgaande van een gemiddelde lengte van een rol van 4 meter), inclusief egalisatiekosten en € 15,- per meter voor rolgordijnen of een ander soort gladde gordijnen. Hoofdstuk 4. Verplaatsen in en rond de woning: rolstoelen. Artikel 11 Vaststelling en verantwoording persoonsgebonden budget voor rolstoelvoorzieningen Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel bedraagt ten hoogste de aan de gemeentelijke leverancier verschuldigde prijs voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, over een periode van zeven jaar, voor zover het een voorziening uit het kernassortiment van de gemeentelijke leverancier betreft, dan wel een voorziening die is vermeld in het prijzenboek van de gemeentelijke leverancier. Het persoonsgebonden budget voor een type rolstoel dat buiten het kernassortiment van de gemeente Rozendaal valt, bestaat uit twee componenten: een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening; een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen. Het college stelt de hoogte van het persoonsgebonden budget vast op basis van tenminste twee offertes van twee leveranciers, waarvan er minimaal één is opgevraagd door het college, en één door de aanvrager. Uitbetaling van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het tweede lid vindt plaats na goedkeuring van de in het derde lid bedoelde offerte. Na afloop van de in artikel 29 lid 2 van de Verordening genoemde termijn dient door de budgethouder verantwoording te worden afgelegd van de besteding van het beschikbaar gestelde persoonsgebonden budget aan de hand van het door het college vastgestelde formulier.Van de verrichte betalingen dienen de nota’s, facturen en de bewijzen van de betalingen te worden overgelegd. Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van het budget wordt het persoonsgebonden budget definitief vastgesteld en kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering als bedoeld in artikel 29 van de verordening. Hoofdstuk 5. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel 12 Vaststelling en verantwoording persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen. Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening bedraagt ten hoogste de aan de gemeentelijke leverancier verschuldigde prijs van de goedkoopst-compenserende voorziening, over een periode van zeven jaar, inclusief onderhoud en reparatie. Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen buiten het kernassortiment en het prijzenboek van de gemeentelijke leverancier bestaat uit twee componenten: een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening; een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen. Het college stelt de hoogte van het persoonsgebonden budget vast op basis van tenminste twee offertes van twee leveranciers, waarvan er minimaal één is opgevraagd door het college, en één door de aanvrager. Uitbetaling van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het tweede lid vindt plaats na goedkeuring van de in het derde lid bedoelde offerte. Na afloop van de in artikel 29 lid 2 van de Verordening genoemde termijn dient door de budgethouder verantwoording te worden afgelegd over de besteding van het beschikbaar gestelde persoonsgebonden budget aan de hand van het door het college vastgestelde formulier. Van de verrichte betalingen dienen de nota’s, facturen en de bewijzen van de betalingen te worden overgelegd. Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van het budget wordt het persoonsgebonden budget definitief vastgesteld en kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering als bedoeld in artikel 29 van de Verordening. Artikel 13 Financiële tegemoetkomingen voor gebruik vervoersvoorzieningen Voor gebruik van vervoersvoorzieningen kunnen worden verstrekt: een forfaitaire tegemoetkoming voor gebruik van eigen auto van € 300,-- per jaar voor alleenstaanden; een forfaitaire tegemoetkoming voor gebruik van eigen auto van € 225,-- per persoon voor gehuwden, mits beide echtgenoten geïndiceerd zijn. Uitbetaling van de in lid 1 bedoelde tegemoetkomingen vindt 1 x per jaar plaats. Hoofdstuk 6 Voorzieningen voor het hebben van contacten met medemensen en voor deelname aan recreatieve en maatschappelijke activiteiten. Artikel 14 Sportvoorzieningen Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in sportvoorziening in aanmerking worden gebracht: indien aantoonbare beperkingen het sporten zonder sportrolstoel binnen de eigen woon- en leefomgeving onmogelijk maken en; de in aanhef bedoelde persoon lid is van een sportvereniging waar de sport waarvoor de voorziening wordt aangevraagd, wordt beoefend. Een sportvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gemaximeerde forfaitaire financiële tegemoetkoming. bestaande uit: een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening; een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 10% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening omvat. De in het eerste lid bedoelde forfaitaire financiële tegemoetkoming voor sportvoorzieningen bedraagt in totaal maximaal € 2.500,-- en is bedoeld voor aanschaf, onderhoud, reparatie en verzekering van een sportvoorziening over een periode van 3 jaar. Uitbetaling van de financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening vindt plaats nadat een kopie van een geldig bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging als bedoeld in lid 1, onder b. is overgelegd aan het college. Na overlegging van een technisch (af)keuringrapport van de oude sportvoorziening kan een nieuwe financiële tegemoetkoming voor sportvoorzieningen worden aangevraagd. Na afloop van de in artikel 29 lid 2 van de Verordening genoemde termijn dient door de aanvrager verantwoording te worden afgelegd van de besteding van het beschikbaar gestelde tegemoetkoming aan de hand van het door het college vastgestelde formulier. Van de verrichte betalingen dienen de nota’s, facturen en de bewijzen van de betalingen te worden overgelegd. c.(7. Ontbreekt; red) 8.Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van de financiële tegemoetkoming voor de sportvoorziening wordt het bedrag definitief vastgesteld. Als sprake is van een onderbesteding van de financiële tegemoetkoming of de besteding ervan niet overeenkomstig het aangegeven doel is geweest, dan wel sprake is van het niet nakomen van de aan de financiële tegemoetkoming verbonden voorwaarden kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering als bedoeld in artikel 29 van de verordening. Hoofdstuk 7 Nadere regels rond verstrekking van een persoonsgebonden budget Artikel 15 Er bestaat geen keuzevrijheid voor een persoonsgebonden budget indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek rond de aanvraag duidelijk zijn geworden, het vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget of; belanghebbende op korte termijn de gemeente Rozendaal verlaat. Artikel 16 Door het college wordt terughoudend omgegaan met het verstrekken van een persoonsgebonden budget indien er sprake is van: een voorziening die voor een relatief korte periode wordt verstrekt bij een aanvrager met een progressief ziektebeeld of om andere reden; een voorziening waarbij veel specialistisch individueel maatwerk van toepassing is. Artikel 17 Indien met een persoonsgebonden budget aangeschaft hulpmiddel binnen de periode waarover het persoonsgebonden budget is verstrekt, niet langer wordt gebruikt of het recht daarop is komen te vervallen, dient dit direct aan het college te worden gemeld. In situaties zoals bedoeld in het voorgaande lid, dient bedrag van het persoonsgebonden budget vervolgens naar rato te worden terugbetaald, dan wel dient het met het persoonsgebonden budget aangeschafte hulpmiddel in eigendom aan de gemeente Rozendaal te worden overgedragen tegen vergoeding van de restwaarde. Hoofdstuk 8 Eigen bijdrage en eigen aandeel. Artikel 18 De eigen bijdrage en het eigen aandeel bij de verstrekking van alle individuele voorzieningen zijn gelijk aan de maximale bedragen zoals opgenomen in artikel 4.1, lid 1, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, en volgen de jaarlijkse aanpassing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De rekenprijs voor het vaststellen van de eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden bedraagt: € 15,00 per uur bij verstrekking van een persoonsgebonden budget; € 21,23 per uur als bij verstrekking van HH 1 in natura; € 23,56 per uur als bij verstrekking van HH 2 in natura; € 25,16 per uur als bij verstrekking van HH 3 in natura. In afwijking van het gestelde in artikel 24 lid 1 van de Verordening wordt geen eigen bijdrage dan wel eigen aandeel gevraagd bij: verstrekking van een tegemoetkomingen in verhuis- en herinrichtingskosten zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 van dit Besluit; verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor huurderving als bedoeld in artikel 10 lid 5 van dit Besluit; verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor dubbele woonlasten als bedoeld in artikel 10 lid 3 en lid 4 van dit Besluit; de toekenning van het recht op gebruik van collectief vervoer tegen gereduceerd tarief als bedoeld in artikel 17 lid 3 van de Verordening; verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening, als bedoeld in artikel 14 van dit Besluit. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, blijft artikel 4.1. lid 5 van het landelijke Besluitmaatschappelijke ondersteuning (Stb.2006 nr. 450), zoals dat luidde tot 9 november 2013, vantoepassing op in eigendom verschafte roerende zaken en op bouwkundige ofwoontechnischeaanpassingen van woningen, die in eigendom zijn van de aanvrager en die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit zijn verstrekt in het kader van de verordening of de daaraanvoorgaande verordeningen in het kader van de wet. Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen. Artikel 19 Overgangsbepaling Voor zover een persoonsgebonden budget is toegekend vóór de datum van inwerkingtreding vandit Besluit, wordt bij de verantwoording van dat persoonsgebonden budget, toegekend over de jaren2013 en 2014 uitgegaan van de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2011 en in de Uitvoeringsregels 2011 opgenomen voorwaarden en bepalingen dan wel debepalingen en voorwaarden die door middel van een beschikking of anderszins schriftelijk aan debudgethouder kenbaar zijn gemaakt. Artikel 20 Slotbepalingen Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2014, onder gelijktijdige intrekking van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2011. Dit besluit wordt aangehaald als Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2014. Rozendaal, 12 augustus 2014 Burgemeester en wethouders van Rozendaal, De secretaris, De burgemeester, W.G.Pieterse-Pook Drs.J.H.Klein Molekamp

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel