Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Verantwoording besteding persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2014

1.. De besteding van het persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het huishouden dient door of namens de budgethouder minimaal 1 keer per kalenderjaar verantwoord te worden aan het college. 2.. Verantwoording dient op verzoek van het college per periode en binnen een door het college te stellen redelijke termijn te geschieden door gebruikmaking van de door het college vastgestelde formulieren, die tijdig aan de budgethouder worden toegezonden. 3.. Middels de in het vorige lid genoemde formulieren dient of dienen door of namens de budgethouder: een gespecificeerd overzicht verstrekt te worden van het aantal daadwerkelijk aan hulp bij het huishouden bestede uren, voor zover deze met het persoonsgebonden budget zijn gefinancierd; een overzicht verstrekt te worden van de door de budgethouder verrichte betalingen, waarin is gespecificeerd welk bedrag is besteed aan de dienstverlening, de reiskosten en de kosten van het openen en in stand houden van een uitsluitend en specifiek ten behoeve van het persoonsgebonden budget bestemde betaalrekening; een gespecificeerd overzicht te worden overgelegd van de afgedragen belasting en premies werknemersverzekeringen, indien en voor zover er sprake is van een overeenkomst met een natuurlijk persoon, waarbij op vier of meer dagen werkzaamheden worden verricht; betalingsbewijzen van de hierboven onder b. en c. bedoelde betaalde vergoedingen en overige betalingen te worden overgelegd. 4.. Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van het budget wordt het persoonsgebonden budget definitief vastgesteld en kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering als bedoeld in artikel 29 van de verordening.

Rechtspraak bij dit artikel