1. Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in
artikel 1.72, eerste lid en artikel 2.28, eerste lid, van de Wet
kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, wordt voor alle
overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het
afwegingsoverzicht als uitgangspunt gehanteerd.
2. In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor
gastouderopvang als uitgangspunt dat vooraf geen boetebedragen
worden genoemd.
Van boeteverhogende omstandigheden kan sprake zijn in geval van
recidive door de houder en/of het opzettelijk niet naleven van de
bij of krachtens de Wko gestelde voorschriften.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Hoogte bestuurlijke boete
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Eemnes