De raad delegeert de uitoefening van de navolgende bevoegdheden aan Burgemeester en Wethouders:
Het beslissen op aan de raad gerichte verzoeken om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur;
Het nemen van de procedurebesluiten als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht ingeval een aanvraag tot het geven van een beschikking gericht is aan de raad;
De uitvoering van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover met ‘bestuursorgaan’ de raad wordt bedoeld;
Het nemen van verdagingsbesluiten als bedoeld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover met “bestuursorgaan” de raad wordt bedoeld;
Het nemen van een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 Wet ruimtelijke ordening;
Te besluiten als bedoeld in artikel 6.12, lid 2 Wet ruimtelijke ordening om geen exploitatieplan vast te stellen ingeval van de vaststelling van een wijziging van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, lid 1 Wet ruimtelijke ordening.