Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Meldplicht groot onderhoud houtwallen en houtsingels

Onderdeel van Bomenverordening 2014

1.. Het in het eerste lid van artikel 2 gestelde verbod geldt niet voor het plegen van groot onderhoud, hierna aangeduid als afzetten, aan houtwallen of houtsingels indien het voornemen om af te zetten wordt gemeld aan burgemeester en wethouders conform het tweede lid en: het afzetten plaatsvindt aan het einde van een onderhoudscyclus, ook wel eindkap genoemd, van houtsingels en houtwallen, dat is over het algemeen na ongeveer 25 jaar op het moment dat de lengte- en diktegroei van de bomen afneemt; dubbele singels (aan weerszijden van een sloot of greppel) tegelijkertijd worden afgezet om de hergroei van beide singels te bevorderen; de stammen schuin onder een hoek van 10 tot 40 graden op minimaal 15 en maximaal 30 centimeter boven de stobbe (= de laagste vertakking van een boom) worden afgezaagd; maximaal vijf solitaire grote bomen (zoals eiken of essen) per 100 meter worden gespaard mits deze bomen geen gebreken hebben en van boven voor tweederde van de totale lengte regelmatig en evenredig vertakt zijn; maximaal vijf solitaire struiken (zoals meidoorn en vuilboom) per 100 meter worden gespaard. 2.. De meldplichtprocedure dient aan de navolgende voorwaarden te voldoen: burgemeester en wethouders dienen in kennis te worden gesteld van het voornemen tot afzetten middels een door of namens burgemeester en wethouders opgesteld meldingsformulier; niet wordt overgegaan tot afzetten voordat de melder namens burgemeester en wethouders een ontvangstbevestiging van de melding heeft ontvangen; niet wordt overgegaan tot afzetten als er 6 maanden zijn verstreken sinds het doen van de kennisgeving. 3.. Op de melding als bedoeld in het eerste lid is artikel 6, lid 1 van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel