Indien in enig kalenderjaar de vakantie geheel of gedeeltelijk niet is verleend:
op verzoek van de ambtenaar;
als gevolg van afwezigheid wegens ziekte die niet aan de schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten; of
als gevolg van verblijf in militaire dienst anders dan voor eerste oefening,
wordt de niet genoten vakantie in een volgend kalenderjaar verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen van de andere ambtenaren zich daartegen verzetten. Een verzoek als bedoeld onder a kan achterwege blijven, indien de niet genoten vakantie minder is dan een nader door het college te bepalen aantal uren.
De wegens ziekte tijdens een vakantie niet genoten vakantie-uren worden als niet verleend beschouwd, indien de ambtenaar aannemelijk kan maken dat hij, ware hem geen vakantie verleend, op die uren verhinderd zou zijn geweest zijn betrekking te vervullen.
In aanvulling op het gestelde in het vorige lid, dient de ambtenaar als hij ziek wordt tijdens vakantie dit direct (ook vanuit het buitenland) te melden aan zijn leidinggevende. Bij terugkomst dient de ambtenaar een nota, kopie van een recept of ander bewijsstuk van het bezoek aan een arts, polikliniek of ziekenhuis te overleggen waaruit de ziekteperiode duidelijk blijkt.
Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt met dien verstande, dat de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer meer vakantie-uren kan opnemen dan anderhalf maal het hem bij of krachtens artikel 6:2:1 toekomende aantal uren tenzij op een desbetreffend verzoek van de ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist.