Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Permanente Ontheffing voor gehandicapten

Onderdeel van Beleidsregels ontheffingen motorvoertuigen voetgangersgebied Veenendaal

1.. Een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart heeft zonder aanvullende Ontheffing, toegang om tijdens de Venstertijden in het Voetgangersgebied te rijden en parkeren. 2.. Aan een houder van een gehandicaptenparkeerkaart kan een permanente ontheffing, al dan niet met een Tijdsduurbeperking, worden verleend voor het rijden met en parkeren van een Motorvoertuig in het Voetgangersgebied buiten de Venstertijd mits aangetoond is dat het bezoeken van het Voetgangersgebied met een Motorvoertuig niet binnen de Venstertijd kan plaats vinden. 3.. De gehandicaptenparkeerkaart en/of ontheffing moet duidelijk leesbaar achter de voorruit van het Motorvoertuig aanwezig zijn. 4.. Aan een gehandicapte kan een permanente ontheffing, al dan niet met een Tijdsduurbeperking, worden verleend voor het rijden met een snorfiets in het Voetgangersgebied tijdens de Venstertijden mits aangetoond is dat het bezoeken van het Voetgangersgebied met een snorfiets noodzakelijk is. 5.. Aan een gehandicapte kan een permanente ontheffing, al dan niet met een Tijdsduurbeperking, worden verleend voor het rijden met een snorfiets in het Voetgangersgebied buiten de Venstertijd mits aangetoond is dat het bezoeken van het Voetgangersgebied met een snorfiets niet binnen de Venstertijd kan plaats vinden. 6.. Indien de gehandicapte geen gehandicaptenparkeerkaart heeft, mag zijn loopafstand niet meer bedragen dan 100 meter. De loopafstand wordt door een door de gemeente aan te wijzen keuringsarts bepaald. De kosten van deze keuring worden aan de aanvrager doorbelast. 7.. Voor een gehandicapte die met een snorfiets rijdt, geldt dat de ontheffing op eerste vordering van de in artikel 159 Wegenverkeerswet 1994 bedoelde personen behoorlijk ter inzage moet worden afgegeven.

Rechtspraak bij dit artikel