Volgens artikel 2.33, lid 2 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken indien gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.
Als niet tijdig de inrichting in gebruik is genomen dan wel de inrichting is gewijzigd wordt aan de vergunninghouder een voornemen van het intrekken van de omgevingsvergunning bekendgemaakt volgens artikel 6 van deze beleidsregels.
Als een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen de inrichting in bedrijf moet zijn.
De termijn bedoeld onder c wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 208 weken (4 jaar) na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning.
Artikel 2
Intrekkingsregeling bij activiteit milieu
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu gemeente Bladel