Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Mandaat directeuren

Onderdeel van MANDAATBESLUIT SÚDWEST-FRYSLÂN

1.. De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan de directeuren 2.. De directeuren maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het desbetreffende domein. 3.. Aan de gemeentesecretaris blijven voorbehouden de bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan zijn functie zijn toegekend. 4.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid worden de in bijlage 2 opgenomen bevoegdheden slechts aan de daarbij genoemde functionarissen gemandateerd. 5.. De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris. 6.. De directeuren zijn bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hen ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat.

Rechtspraak bij dit artikel