Een losse woonunit kan verstrekt worden wanneer:
·een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke
verbouwing van een woning;
de eigenaar of verhuurder van deze woning niet bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen aan personen met beperkingen die zo’n woning nodig hebben;
er geen bezwaren van overwegende aard bestaan tegen het plaatsen van een losse woonunit;
op basis van de beperkingen van de persoon een snelle oplossing noodzakelijk is;
op basis van de beperkingen van de persoon te verwachten is dat de voorziening korter dan 5 jaar noodzakelijk is;
Hoofdstuk 3.
Artikel 17.
Primaat van de losse woonunit
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning