Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 22.

Aanpassing van woonwagens, woonschepen en binnenschepen

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning

1.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van woonwagens indien: a.. de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is; b.. de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt; c.. de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening op een door de gemeente erkende standplaats stond; d.. de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als bedoeld in de Woningwet 2.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonschip indien: a.. De technische levensduur van het woonschip ten tijde van indiening van de aanvraag minimaal vijf jaar is; b.. Het woonschip ten tijde van indiening van de aanvraag nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen 3.. Indien de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip ten tijde van de indiening van de aanvraag minder dan vijf jaar is of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, bedragen de maximale aanpassingskosten € 1.000,- 4.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een binnenschip indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper, bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel V, van het Binnenschepenbesluit (Stb. 1987, 466 van een binnenschip dat: a.. in het register, bedoeld in artikel 783 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek als zodanig te boek is gesteld op de wijze omschreven in de maatregel te boek gestelde schepen 1992; b.. bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het vervoer van goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in het metingsbesluit binnenvaartuigen 1978 een laadvermogen van tenminste 15 ton hebbend, of voor het vervoer van meer dan 12 personen buiten de in de aanhef bedoelde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel