1.Een persoon met beperkingen komt voor de in artikel 38, onder a. genoemde voorziening in aanmerking:
**·.** wanneer beperkingen incidenteel zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken;
**·.** hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden;
**·.** er geen bezwaren van overwegende aard aanwezig zijn.
2.Een persoon met beperkingen komt voor de in artikel 38 onder b en c vermelde voorziening in aanmerking:
**·.** wanneer beperkingen het dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken;
**·.** hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden.
3.Een persoon met beperkingen komt voor de in artikel 38 onder d genoemde voorziening in aanmerking wanneer de beperkingen sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk maken.
Hoofdstuk 5.
Artikel 40.
Incidenteel en dagelijks rolstoelgebruik en sportrolstoel
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning