Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:
eigen graven en eigen urnengraven;
eigen verstrooiingsplaatsen;
eigen gedenkplaatsen.
Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels bepalen hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.
HOOFDSTUK 4
Artikel 10
Indeling graven en asbezorging
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen Opmeer