Lid 1.
Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon.
Lid 2.
Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.
Lid 3.
Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker en/of goedkoper geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling vindt plaats indien de kosten van de aanpassing van de woning tussen de € 5.000,- en € 10.000,- bedragen.
Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen woningaanpassingen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden.
Lid 5
Bij woningaanpassingen waarvan de kosten meer dan € 10.000,- bedragen, geldt altijd het primaat van verhuizen.
Lid 6
Geen individuele voorziening wordt verstrekt wanneer de kosten van het aanpassen van de woning meer bedragen dan € 20.240,-.
lid 7
De aanvraag voor een woonvoorziening wordt geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;
de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen;
de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak;
De belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruime die niet bestemd en/of geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden;
de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning;
de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter aanpassing aan de eisen van de tijd.
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
de aangevraagde voorzieningen het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw, zoals omschreven in het Bouwbesluit, te boven gaan of betrekking hebben op een grotere oppervlakte dan krachtens de beleidsregels als adequaat geldt.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
Wonen in een geschikt huis
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012