Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 6

Vaststelling bedrag financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente De Ronde Venen 2010

De financiële tegemoetkoming minus het eigen aandeel of het persoonsgebonden budget minus de eigen bijdrage voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het in artikel 21 van de van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2010 genoemde afschrijvingsschema luidt als volgt: voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde, voor het tweede jaar 90% van de meerwaarde, voor het derde jaar 80% van de meerwaarde, voor het vierde jaar 70% van de meerwaarde, voor het vijfde jaar 60% van de meerwaarde, voor het zesde jaar 50% van de meerwaarde, voor het zevende jaar 40% van de meerwaarde, voor het achtste jaar 30% van de meerwaarde, voor het negende jaar 20% van de meerwaarde, en voor het tiende jaar 10% van de meerwaarde. In alle gevallen minus het bedrag van de eigen bijdrage dat voor rekening van de eigenaar is gekomen. Eigen bijdrage woonvoorziening Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van een financiële tegemoetkoming in de subsidiabele posten van een woonvoorziening als bedoeld in artikel 13 van de verordening boven 1,5 x het voor de betreffende persoon geldende sociaal minimum conform de WWB (Wet werk en bijstand) vast onder aftrek van een inkomensafhankelijke eigen betaling volgens de hierna volgende tabel: inkomensklasse eigen betaling 1,5 - 2,0 Inkomensgrens € 466,00 2,0 – 2,5 Inkomensgrens € 933,00 2,5 – 3,0 Inkomensgrens € 1.399,00 3,0 – 3,5 Inkomensgrens € 1.865,00 3,5 – 4,0 Inkomensgrens € 2.383,00 4,0 – 4,5 Inkomensgrens € 2.798,00 4,5 – 5,0 Inkomensgrens € 3.316,00 hoger dan 5,0 Inkomensgrens € 4.145,00 De inkomensafhankelijke bijdrage geldt voor een woonvoorziening van € 2.591,00 of meer. Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt rekening gehouden met het gestelde in artikel 3 Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2010 bedraagt € 2.500,00 Aan een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd kan een bedrag verstrekt worden van € 2.500,00 a.Een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van de van de woonvoorziening kan alleen verstrekt worden voor de hieronder vermelde voorzieningen: trapliften; rolstoel- of sta-plateauliften; woonhuisliften; patiëntenliften; mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; elektromechanische openings- en afsluitingsmechanismen van deuren. b.De hierboven, onder a, genoemde tegemoetkoming is gelijk aan de daadwerkelijke kosten De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting is vastgesteld op: de werkelijke kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte, met een maximum van € 600,00 per maand; de werkelijke kale huurlasten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, met een maximum van € 300,00 per maand. De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving bedraagt maximaal € 600,00 per maand. De vergoeding wordt niet eerder verleend dan vanaf de tweede maand waarin sprake is van huurderving. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2010 bedraagt € 1.500,00. Indien de technische levensduur van een woonwagen of een woonschip ten tijde van indiening van de aanvraag minder dan vijf jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, bedraagt de tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor aanpassing maximaal € 2.500,00; bij de toepassing van hetgeen hierboven onder a. is genoemd wordt uitgegaan van een woonschip dan wel een woonschip, zoals genoemd in de Huisvestingswet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel