Het college wijst een aanvraag (geheel of gedeeltelijk) af, indien:
de kosten van de te treffen voorzieningen door een
verzekeringsmaatschappij of anderszins zijn of worden
gedekt;
het pand of het object in de vier jaar voorafgaande aan de
aanvraag met geldelijke steun van overheidswege is
verbeterd;
het pand of het object na het treffen van de voorzieningen niet
zal voldoen aan de wettelijke eisen van constructieve veiligheid
en stabiliteit;
de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding
staan tot het te verkrijgen resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat het
college op de aanvraag om een lening heeft besloten;
het pand of object waaraan de voorzieningen worden getroffen
bestemd is om binnen een periode van tien jaar te worden
afgebroken;
voor de te treffen voorzieningen een omgevingsvergunning vereist
is en deze niet is verleend;
het door het college vastgestelde leningsplafond wordt
overschreden;
in het fonds geen of onvoldoende middelen aanwezig zijn, in welk
geval wordt getracht de aanvrager in het daaropvolgende jaar
alsnog een lening te verstrekken. De aanvrager is in dat geval
verplicht een nieuwe aanvraag om een lening in te dienen.
de leenbare kosten als bedoeld in artikel 5 minder dan €
7.140,-- bedragen;
naar het oordeel van het college gegronde redenen bestaan aan te
nemen dan wel vastgesteld wordt, dat niet aan de voorwaarden en
bepalingen van deze verordening wordt of zal worden
voldaan;
indien blijkt dat de door SVn uitgevoerde krediettoets van
aanvrager niet positief is.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7
Afwijzen aanvraag
Onderdeel van Verordening stimuleringsleningen monumenten Doetinchem 2014