Er zijn een aantal landelijke feestdagen vastgesteld. Dit zijn:
nieuwjaarsdag;
tweede paasdag;
hemelvaartsdag;
tweede pinksterdag;
beide kerstdagen;
de dag waarop de verjaardag van de koningin wordt gevierd.
Daarnaast zijn er een viertal lokale feestdagen. Dit zijn de twee carnavalsdagen (maandag en dinsdag) en de overige 2 dagen worden jaarlijks collectief ingeroosterd of toegevoegd aan het persoonlijk verlof (zie art. 5)