Naar hoofdinhoud
Onverlet het bepaalde in artikel 36 WWB komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 WWB. Geen recht op langdurigheidstoeslag heeft de belanghebbende die een opleiding of studie als bedoeld in de WTOS dan wel WSF 2000 volgt. Geen recht op langdurigheidstoeslag heeft de belanghebbende aan wie in de periode van twaalf maanden voor de peildatum een maatregel is opgelegd op grond van artikel 18 lid 2 WWB of artikel 20 lid 1 en 2 IOAW, dan wel artikel 20 lid 1 en 2 IOAZ en de daar genoemde verordeningen voor een gedraging waarvoor een maatregel van 20% of hoger kan worden opgelegd wegens het niet of in onvoldoende mate nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB, artikel 37 IOAW, dan wel artikel 37 IOAZ. De belanghebbende die gehuwd is met een persoon die van het recht op langdurigheidstoeslag is uitgesloten ingevolge de artikel 11 of 13 WWB, komt in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel