Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 16

Bepaling vergoedingsplicht bij vermogensvorming

Onderdeel van Uitvoeringsregeling subsidies Zorg en Welzijn 2014

1.. In de gevallen waarin bij de subsidieverlening afdeling 4.2.8 alsmede artikel 4:41 van de wet van toepassing zijn verklaard, gelden ten aanzien van de berekening van de vergoedingsplicht de volgende uitgangspunten: bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de reële waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt; in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen; indien het onroerende zaken betreft, vindt de waardebepaling plaats door een onafhankelijke deskundige die wordt aangewezen door de gemeente. 2.. Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen waarin de activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva met toestemming van het college tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel