Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 4.

Artikel 13.

Citeertitel

Onderdeel van Verordening werkleeraanbod WIJ.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening werkleeraanbod WIJ. ALGEMENE TOELICHTING BIJ DE VERORDENING WERKLEERAANBOD WIJ Op 1 oktober 2009 treedt de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking. Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht op een zogenaamd werkleeraanbod vastgelegd. Het werkleerrecht berust op de uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en daardoor zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. De gemeenteraad is op grond van de WIJ verplicht bij verordening regels vast te stellen met betrekking tot de inhoud van het werkleeraanbod. Aan de vormgeving en de mate waarin gemeente de voorzieningen kan inzetten, worden geen wettelijke eisen gesteld. De inhoud van het werkleeraanbod wordt door de gemeente bepaald. Hierbij staat bij het huidige re-integratieinstrumentarium van de WWB de gemeenten ter beschikking. Daartoe behoren ook voorzieningen zoals sociale activering, schuldhulpverlening en nazorg. Participatieplaatsen als bedoeld in artikel 10a WWB (onbeloonde additionele arbeid gedurende maximaal drie jaar voor personen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar zijn) behoren in het kader van dit wetsvoorstel niet tot het gemeentelijk re-integratie-instrumentarium. In uitzonderingssituaties kan er sprake van zijn dat de gemeente, omdat er vanwege de afstand tot de arbeidsmarkt geen alternatieven zijn, in samenspraak met de jongere bij wijze van maatwerk een werkleeraanbod doet dat voorziet in een langere periode dan de gebruikelijke zes maanden waarin de jongere onbeloonde additionele werkzaamheden verricht. Gemeenten kunnen wel een werkleeraanbod doen dat bestaat uit het verrichten van additionele werkzaamheden waarbij niet de criteria en voorwaarden van artikel 10a WWB gelden. Hiervoor is dus niet vereist dat de jongere een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt, terwijl voor de duur van de werkzaamheden een periode van zes maanden gangbaar is. Vrijlatingen en premie behoren in het kader van dit wetsvoorstel niet tot het gemeentelijk re-integratie-instrumentarium omdat die niet passen bij het uitgangspunt dat jongeren die in staat zijn om te werken en/of te leren dat ook moeten doen. Artikelsgewijze toelichting op de Verordening werkleeraanbod WIJ

Rechtspraak bij dit artikel