Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 15

Artikel 2:75 A

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Dordrecht

Het is degene die op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet gebruikt of verhandelt, of zich gedraagt in strijd met de artikelen 2:48, 2:74, 2:74 A of 2:74 B verboden zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied, nadat dit aan diegene – in het belang van de openbare orde – bij besluit van de burgemeester is bekendgemaakt. Het verbod gesteld in het eerste lid geldt gedurende het in het besluit van de burgemeester genoemde tijdvak van maximaal 8 weken. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet, indien en voor zover de belanghebbende in een door het college aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn beroep uitoefent of hulpverlenende instanties bezoekt.

Rechtspraak bij dit artikel