Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 1

Artikel 3:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Dordrecht

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen voor wiens rekening en risico de seksinrichting of het escortbedrijf wordt gedreven; leidinggevende: 1.   de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een inrichting; 2.   de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf; bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1.    de exploitant; 2.    de leidinggevende; 3.    de prostituee; 4.    het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5.    toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening; 6.    andere andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel