In deze afdeling wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c lid 1 onder b van de Wet;
exploitant: de natuurlijke pers(o)on(en) of rechtspersoon voor wiens rekening en risico een inrichting wordt gedreven (beheerder als genoemd in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000);
leidinggevende: de natuurlijke persoon:- die algemene leiding geeft aan een inrichting;- die onmiddellijk leiding geeft in een inrichting;(beheerder als genoemd in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000);
speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet;
kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
meerspeler: speelautomaat met één spelgenerator, waarop meerdere mensen tegelijk kunnen spelen;
gekoppeld jackpotsysteem: een voorziening als omschreven in artikel 1 onder d van het Speelautomatenbesluit 2000;
hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2:39 A Begripsomschrijvingen
Artikel 2:39 A Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Dordrecht