Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Belangenverstrengeling

Onderdeel van Gedragscode voor burgemeester en wethouders 2014

1.. De burgemeester en de wethouders doen opgave van hun financiële belangen. 2.. Het is niet wenselijk dat een voormalig burgemeester of een voormalig wethouder in het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn tegen beloning werkzaamheden voor de gemeenten verricht. Afwijking van dit principe kan uitsluitend bij besluit van het college van B&W. 3.. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van de burgemeester of de wethouder over een onderwerp in het geding kan zijn (bijvoorbeeld bij familie- of vriendschaps-betrekkingen of een anderszins persoonlijke betrekking met een aanbieder van diensten of zaken), geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Hij draagt, indien dit wenselijk is, dit dossier over en onthoudt zich van deelname aan besluitvorming. 4.. De burgemeester of de wethouder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen persoonlijke geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. 5.. De burgemeester of de wethouder vervult geen nevenfuncties die een risico vormen voor een integere invulling van de politiek functie. 6.. De burgemeester of de wethouder geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en q.q.-nevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden verricht, wat het tijdsbeslag is en of de functies bezoldigd zijn. 7.. De burgemeester of de wethouder behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente. Voor een voltijds bestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties.

Rechtspraak bij dit artikel