Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Voorzieningen, bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen en buitenlandse reizen

Onderdeel van Gedragscode voor burgemeester en wethouders 2014

1.. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. 2.. De burgemeester of de wethouder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. 3.. In geval van twijfel over een declaratie van de burgemeester of een wethouder wordt dit voorgelegd aan de gemeentesecretaris en zo nodig legt hij dit ter besluitvorming aan het college voor. 4.. De burgemeester of de wethouder die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis (daaronder valt ook een reis naar de landen van het Koninkrijk in de Caraïben en de BES-eilanden) te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het college. Het gemeentebelang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 5.. De burgemeester of de wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse reis (of een meerjarige reeks van opeenvolgende reizen met hetzelfde doel) of een uitnodiging daartoe in het college en verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 6.. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van de burgemeester of de wethouder naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan als dit gebeurt op uitnodiging en kosten van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarbij gediend is. Afwijking van het voorgaande kan allen door een besluit van het college. 7.. Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. 8.. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden moet betrokken worden bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten en de fiscale gevolgen komen volledig voor rekening van de burgemeester of de wethouder. 9.. Gebruik van gemeentelijke voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan tenzij het bruikleen betreft.

Rechtspraak bij dit artikel