Deze verordening verstaat onder:
Veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
Wet: de Wet geurhinder en veehouderij;
Bebouwde kom: gebied dat een zodanige bebouwings- en mensdichtheid heeft dat het voor de toepassing van de Wet geurhinder en veehouderij moet worden aangemerkt als bebouwde kom;
Geurgevoelig object (ggo): zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij: