Naar hoofdinhoud

Afdeling 10

Artikel 2:39A

exploitatievergunning speelautomatenhallen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. 2.. De burgemeester kan maximaal 5 speelautomatenhallenvergunningen verlenen; de aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. 3.. Een vergunning voor een speelautomatenhal wordt verleend voor de duur van drie jaar. 4.. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden, die betrekking hebben op: de opening- en sluitingstijden; het toezicht in de speelautomatenhal; het aantal en type speelautomaten, alsmede het totaal aantal spelers bij volledige bezetting van de speelautomaten; de wijze van exploitatie van de hal. 5.. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast, beleidsregels opstellen ten behoeve van de exploitatie van speelautomatenhallen. 6.. De burgemeester weigert de vergunning indien: het maximaal aantal vergunningen voor speelautomatenhallen is verleend; de aanvraag meer dan 150 automaten betreft; de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt of de exploitant of de beheerder van de speelautomatenhal niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit; de speelautomatenhal welke deel uitmaakt van een groter gebouw geen aparte toegang heeft; de exploitatie van de speelautomatenhal in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 7.. De burgemeester weigert de vergunning eveneens in het geval en onder voorwaarden, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 8.. De burgemeester kan de vergunning intrekken of wijzigen indien: de exploitatie van een speelautomatenhal om een andere reden dan een bestuurlijke maatregel voor een periode langer dan zes maanden is of wordt onderbroken; een exploitant komt te overlijden c.q. failliet gaat, dan wel indien een exploitant de exploitatie van zijn speelautomatenhal beëindigt. 9.. De vergunning vervalt, indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning voor het vestigen dan wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand in werking is getreden. 10.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel