Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 5:31B

Gebruik passantenaanlegplaatsen voor de recreatievaart

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014

1.. Onverminderd de bevoegdheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland als waterkeringbeheerder, kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven tot het innemen van een ligplaats bij en het gebruik van een van gemeentewege aangelegde passantenaanlegplaats voor de recreatievaart, met het oog op een doelmatig en evenwichtig gebruik van deze plaats en voorts in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het hierboven gestelde is van overeenkomstige toepassing op de directe omgeving van de passantenaanlegplaats. 2.. De rechthebbende op een vaartuig is, onverminderd de bevoegdheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland als waterkeringbeheerder, verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen in het kader van het eerste lid op te volgen.

Rechtspraak bij dit artikel