**1..** De ouder en jeugdige hebben aanspraak op een persoonsgebonden budget indien:
de jeugdige en ouders op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger, voldoende in staat wordt geacht tot een redelijke waardering van belangen aangaande de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoordelijke manier uit te voeren;
de jeugdige en ouders zich in een budgetplan, voldoende gemotiveerd op het standpunt stellenwaarom de ouders en jeugdigen de jeugdhulpvoorziening als persoonsgebonden budget wensen te krijgen;
is gewaarborgd dat de jeugdhulpverlening voldoet aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
**2..** Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende verplichtingen verbonden:
de jeugdige en zijn ouders stellen een budgetplan op;
het persoonsgebonden budget mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de jeugdige en zijn ouders als algemeen gebruikelijk wordt geacht;
uit het persoonsgebonden budget mogen geen personen uit het sociale netwerk worden betaald, tenzij dat leidt tot effectievere en meer doelmatige ondersteuning;
uit het persoonsgebonden budget mogen geen administratieve bemiddelingsbureaus worden betaald;
het persoonsgebonden budget moet binnen zes maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden;
de jeugdige en zijn ouders die aangewezen zijn op jeugdhulpverlening besteden het persoonsgebonden budget niet aan een persoon welke tot zijn leefeenheid behoort die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting.
**3..** De jeugdige en zijn ouders aan wie een persoonsgebonden budget is verleend komt met de aanbieder in een schriftelijke overeenkomst overeen, waar ten minste afspraken in zijn opgenomen over de kwaliteit en het resultaat van de jeugdhulpvoorziening en de wijze van declareren,
een declaratie van een aanbieder bevat: een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, dagdelen of etmalen het Burgerservicenummer en de naam van de aanbieder, en wordt door de aanbieder ondertekend;
een declaratie van een aanbieder bevat het nummer waarmee die aanbieder staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, en de naam van degene die de hulp heeft geleverd, het tarief, het aantal te betalen uren, dagdelen of etmalen, en de naam en het adres van de aanbieder, en wordt namens de aanbieder ondertekend;
de jeugdige en zijn ouders stellen, op verzoek van het college of de Sociale verzekeringsbank, de in onderdeel a en b bedoelde schriftelijke overeenkomst en declaraties tot vijf jaar na de datum van de verlening van het persoonsgebonden budget ter beschikking van het college of de Sociale verzekeringsbank.
**4..** Het college kan in afwijking van het vorige lid andere eisen stellen aan de in het vorige lid bedoelde overeenkomst indien het persoonsgebonden budget wordt besteed aan een persoon uit het sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders of aan een persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt.
**5..** De jeugdige en zijn ouders aan wie een persoonsgebonden budget is verleend draagt er zorg voor dat een hulpverlener op wie het Arbeidstijdenbesluit niet van toepassing is niet meer dan veertig uur in één week voor hem werkzaamheden verricht.
**6..** Het college stelt nadere regels over de voorwaarden ingeval met een persoonsgebonden budget een jeugdhulpvoorziening, als bedoeld in artikel 1.2 lid 2 wordt aangeschaft.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.1
Criteria aanspraak en verplichtingen persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder