**1..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is.
**2..** Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte.
**3..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd en bedraagt niet meer dan een percentage van dat tarief.
**4..** Het college stelt nadere regels in het Besluit over de hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten waaronder in ieder geval:
de tarieven van aanbieders waarbij rekening wordt gehouden met overheadkosten en andere kostencomponenten;
de tarieven van het persoonsgebonden budget welke mag worden uitbetaald een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt en de persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt;
de tarieven bedoeld onder b zijn lager zijn dan de tarieven genoemd onder a.
**5..** Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in de wet en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
HOOFDSTUK 6
Artikel 6.2
Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2015