**1..** Om een goede verhouding te waarborgen tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college:
een vaste prijs vast; of
een reële prijs vast, die geldt als ondergrens voor de vaste prijs.
**2..** Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:
overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, en
rekening houdend met de continuïteit van de hulpverlening.
**3..** Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen:
de kosten van de beroepskracht;
redelijke overheadkosten;
kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
reis en opleidingskosten;
indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst;
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
**4..** In afwijking van het eerste lid, kan het college de eis aan inschrijvende partijen stellen om een prijs voor de dienst te hanteren. Deze prijs is gebaseerd op het tweede en derde lid. Het college informeert de gemeenteraad over dit proces.
**5..** Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.
HOOFDSTUK 14 › § 3.
Artikel 14.5