Een lid wordt door de raad ontslagen:
a. op eigen verzoek;
b. bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap
van de Rekenkamer;
c. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens
misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is
opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder
curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van
betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
e. indien het lid door ziekte, gebreken of ongeschiktheid naar het oordeel
van de raad, niet in staat is de functie naar behoren te vervullen.
f. bij handelen in strijd met het publieke belang of dat van de
gemeente;
g. indien hij naar het oordeel van de raad, gehoord hebbende de
programmaraad, ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde
vertrouwen;
h. indien de raad besluit te stoppen met de rekenkamercommissie, als de
wettelijke verplichting tot het instellen van een rekenkamer of
rekenkamerfunktie vervalt.
Artikel 5
Ontslag en non-activiteit
Onderdeel van Verordening op de gezamenlijke rekenkamercommissie van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen