1. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering
van haar taken.
2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten
gebracht van:
a. de vergoedingen aan de leden als bedoeld in artikel 10;
b. de ambtelijk secretaris;
c. externe deskundigen die door de rekenkamercommissie zijn
ingeschakeld;
d. overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar
taak.
3. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig
begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185,
derde lid van de Gemeentewet.
4. Indien het budget niet vollegdig wordt besteed, blijft het resterende
budget beschikbaar voor de rekenkamercommissie, na overleg met de
programmaraad en slechts gedurende de betreffende periode van 3 jaar van de
vooorzitter van de rekenkamrcommissie en met een maximum van 50% van het
jaarbudget.
5. De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad voor de
nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken.
Artikel 9
Budget en jaarverslag
Onderdeel van Verordening op de gezamenlijke rekenkamercommissie van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen