In deze verordening wordt verstaan onder:
besluit: het Huisvestingsbesluit;
corporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of een gemeentelijk woningbedrijf;
eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de Wet bepaalde;
gebruiksoppervlakte: het totaal van de tussen omsluitende wanden gelegen vloeroppervlakte van de ruimten in een woonruimte;
herstructureringsurgent: een huurder van een woonruimte die vanwege sloop of ingrijpende renovatie de woonruimte moet verlaten;
huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, sub 1, sub j, van de Wet bepaalde:
huurprijsgrens: de liberalisatiegrens zijnde de maximale huurgrens zoals bedoeld in artikel 13, lid 1, sub a van de Wet op de huurtoeslag;
huurwoning: een woonruimte waarvoor de gebruiker een vergoeding is verschuldigd, of ten aanzien waarvan de gebruiker een huurovereenkomst is aangegaan;
inkomen: het vastgestelde verzamelinkomen van alle meerjarige inwonenden, met uitzondering van meerjarige inwonende kinderen;
inschrijfduur: de onafgebroken periode dat een woningzoekende van ten minste 18 jaar staat ingeschreven in het woningtoewijzingssysteem van de regio;
Jongerenwoning: een woonruimte waarvan de huur is gelegen beneden de vastgestelde maximale huurgrens voor personen beneden de 23 jaar als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag en de woonruimte is gelabeld als jongerenwoning;
kamer: vertrek, ruimte in een huis, vooral ingericht voor het dagelijks familieleven of voor het slapen;
klachtencommissie: de commissie als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de Wet;
koopprijsgrens: de grens als bedoeld in artikel 15 van de Wet Bevordering Eigen Woningbezit;
leegstaan: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub i, van de Wet bepaalde;
onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, lid 1, van de Wet;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
omzetting: het wijzigen van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte;
publicatie woningaanbod: het periodiek openbaar gemaakt aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende op eigen initiatief kan reageren;
regio: de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec;
standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub h, van de Woningwet;
starter: een huishouden dat voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
toonbankmodel: toewijzingssystematiek waarbij de woonruimte wordt aangeboden aan de woningzoekende die als eerste heeft gereageerd op de aangeboden passende woonruimte zonder dat de inschrijfduur van invloed is;
urgentiecommissie: de door burgemeester en wethouders aan te wijzen commissie die besluit ter zake van artikel 9;
wet: de Huisvestingswet;
woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wet bepaalde;
woonwagen: als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub e, van de Woningwet;
zelfstandige woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 30, lid 2, van de Wet.