In afwijking van het bepaalde in artikel 2 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op:
woonruimten, bestemd voor inwoning, als bedoeld in artikel 6, lid 1, van de Wet;
zorg- en aanleunwoningen, die als zodanig zijn aangemerkt en waarvoor de toewijzing via een zorgindicatie geschiedt;
door burgemeester en wethouders in overleg met de corporatie aan te wijzen vormen van woon- of leefgemeenschap;
onzelfstandige woonruimten;
ligplaatsen voor een woonschip.