Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke grafrusttermijn.
De verlenging moet worden aangevraagd door de rechthebbende of indien deze is overleden, door een van de andere personen genoemd in artikel 24, tweede lid.
De in het voorgaande lid bepaalde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.