Voor het hebben van een gedenkteken als grafbedekking is vergunning nodig van burgemeester en wethouders.
De rechthebbende van een eigen graf of een belanghebbende van een algemeen graf kan de in het eerste lid bedoelde vergunning aanvragen.
Het gedenkteken wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of diens erfgena(a)m(en) of degene aan wie een vergunning als bedoeld in het tweede was verleend of diens erfgena(a)m(en) te zijn aangebracht. Schade door welke oorzaak ook ontstaan en/of vervolgschade aan derden is voor risico van deze persoon tenzij de schade wordt veroorzaakt door het personeel van de begraafplaats.
De in het derde lid bedoelde persoon is verplicht de aan een gedenkteken toegebrachte schade, met uitzondering van schade veroorzaakt door het personeel, op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het aanzien van de begraafplaats schaadt.
Indien binnen twee maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing van het gedenkteken heeft plaatsgevonden:
zijn burgermeester en wethouders bevoegd tot verwijdering en vernietiging van het gedenkteken, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kunnen worden gesteld, of
zijn burgemeester en wethouders bevoegd om over te gaan tot herstel of vernieuwing van het gedenkteken op kosten van de in het derde lid bedoelde persoon.
Indien door schade of ondeugdelijke constructie een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een gedenkteken of grafkelder kunnen burgemeester en wethouders direct maatregelen treffen waarbij artikel 31, lid 3 niet van toepassing is.
Burgemeester en wethouders stellen nadere voorschriften vast voor de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen en de wijze van aanbrengen van een gedenkteken en voor de grafbeplanting.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien:
niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere voorschriften;
het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.
De vergunning kan worden ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een gedenkteken voor hun rekening en risico tijdelijk weg te nemen, indien voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk.