Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Vereiste van instemming of vergunning

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.. Het is verboden zonder, of in afwijking van, een voorafgaand door het college verleende instemmingsbesluit of vergunning omtrent de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden, te onderhouden, te verleggen of op te ruimen / verwijderen. 2.. Voor het verrichten van werkzaamheden van minder ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten, is geen instemming of vergunning van het college, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk maar kan worden volstaan met een melding vooraf aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel