Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 40.

Vragenhalfuur

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1.. Het eerste half uur van een raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden, dan wel dat er meer tijd aan de beantwoording van de vragen moet worden besteed. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2.. Indien een raadslid toe- en of inlichtingen van het college, de burgemeester of een collega raadslid/-fractie verlangt tijdens een raadsvergadering over een actueel onderwerp dat buiten de agenda valt en niet uitgesteld kan worden tot de eerstvolgende raadscommissievergadering, dient dit raadslid hiertoe een verzoek in. 3.. De vragen moeten ten minste 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering, schriftelijk of per e-mail bij de voorzitter worden ingediend. 4.. Een vragenhalfuur bestaat uit maximaal 2 vragen. 5.. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien: hij van mening is dat het vragenhalfuur hiervoor niet het geëigende instrument is; het onderwerp handelt over keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen; 6.. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin de aangemelde onderwerpen aan het begin van de raadsvergadering aan de orde worden gesteld. 7.. De voorzitter brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 8.. Na de beantwoording krijgt de vragensteller de gelegenheid om een aanvullende vraag te stellen. Interrupties worden niet toegestaan. 9.. De vragensteller kan de gestelde vraag gemotiveerd agenderen voor de volgende vergadercyclus. 10.. De niet aan bod gekomen vragen worden schriftelijk beantwoord op de dag na de raadsvergadering waaraan het vragenhalfuur gekoppeld was.

Rechtspraak bij dit artikel