Voor aanvragen bijzondere bijstand wordt de hoogte van de vergoeding bepaalt door middel van een draagkracht berekening.
Voor aanvragen categoriale bijzondere bijstand en alle andere regelingen wordt het recht op de regeling bepaalt door middel van een toetsing aan een per regeling vastgestelde maximale inkomensgrens.
Voor alle regelingen geldt dat het vermogen niet hoger mag zijn dan het maximaal vrij te laten vermogen, zoals omschreven in artikel 2 lid 5. Wanneer het vermogen hoger is dan het bescheiden vrij te laten vermogen wordt het meerdere volledig als draagkracht in aanmerking genomen.
BIJZONDERE BIJSTAND
Artikel 3
Bepaling aanspraak op basis van inkomen en vermogen
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en Minimabeleid De Ronde Venen 2008