Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontslag en non-activiteit

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie 2014

1.. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief. 2.. Het lidmaatschap van een raadslid eindigt: op eigen verzoek; indien het lid aftreedt als lid van de raad; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van commissielid te vervullen. 3.. Het lidmaatschap van de externe voorzitter eindigt: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie; wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; indien de raad het vertrouwen in de voorzitter opzegt; indien de commissie door de raad wordt opgeheven. 4.. De voorzitter van de commissie kan door de raad worden ontslagen wanneer hij/zij door ziekte, gebreken of om andere redenen blijvend ongeschikt is zijn/haar functie te vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel