De omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken:
indien lijkt dat de vergunning ten gevolgde van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen
op verzoek van de aanvrager of
na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning gedurende 26 weken onderscheidenlijk de in de omgevingsvergunning vergunning bepaalde termijn, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 14.
Intrekken van de omgevingsvergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Rijssen-Holten 2014